Willy Vandersteens Blauwe collectie en La collection bleue: Een vergelijkend, intra-Belgisch onderzoek naar vertaling en sociale klassen
Files
Biard_28481800_2023.pdf
Closed access - Adobe PDF
- 95.31 MB
Biard_28481800_2023_Annexe1.pdf
Closed access - Adobe PDF
- 55.35 MB
Details
- Supervisors
- Faculty
- Degree label
- Abstract
- Van september 1948 tot april 1959 publiceerde Willy Vandersteen acht originele Suske en Wiske verhalen voor het stripweekblad Tintin en zijn Vlaamse tegenhanger Kuifje. Hij wilde zowel in Franstalig België als in Frankrijk naam maken. De auteur moest echter zijn dialogen en stijl aanpassen aan de eisen van artistiek directeur Hergé om een deel van het doelpubliek van het weekblad aan te trekken. De lezersgroep wordt gedefinieerd als een ‘classe-loisir’, de sociale klasse van de jaren ’50 die zich ontspanningsactiviteiten kon veroorloven. De centrale vraag is hoe deze verhalen — beschouwd als Vandersteens meesterwerken door experten — zijn gemaakt voor een kleinburgelijk Franstalig publiek dat een highbrow cultuur waardeert. Drie invalshoeken zullen worden onderzocht: de aanpassing en/of verdwijning van een aantal personages, de culturele realia (historische gebeurtenissen, literaire referenties, geografische gebieden, enzovoort) evenals de Franse vertaling. Wat dat laatste punt betreft, zal er bijzondere aandacht worden besteed aan de spelfouten, taalfouten en typefouten in zowel de blauwe als in de klassieke rode reeks. Het doel van deze masterproef is om de verandering in sociale klassen in de blauwe reeks te onderzoeken waarbij de zichtbaarheid van de burgerlijke cultuur contrasteert met de groeiende onzichtbaarheid van een meer populaire cultuur.From September 1948 to April 1959, Willy Vandersteen published eight original Suske and Wiske storylines for the weekly comics magazine Tintin and its Flemish equivalent Kuifje. He aimed to make a reputation in French-speaking Belgium as well as in France. However, the author had to adjust his dialogues and pencil stroke to meet the demands of artistic director Hergé in order to attract part of the magazine's target audience. This group of readers is defined as a 'classe-loisir', the social class of the 1950s who could afford leisure activities. The central question is how these stories - considered Vandersteen's masterpieces by experts - were created for a bourgeois French-speaking audience that valued a highbrow culture. In order to answer this question three angles will be investigated: the adaptation and/or disappearance of a number of characters, the cultural realia (historical events, literary references, geographical areas, and so forth) as well as the French translation. On this last point, particular attention will be devoted to spelling mistakes, language errors, and typos in both the blue and classic red series. The aim of this master's thesis is to examine the change in social classes in the blue series where the visibility of the bourgeois culture contrasts with the growing invisibility of a more popular one.