De ervaring van docenten Nederlands tegenover het Nederlands en de lessen Nederlands in het Franstalig Brussels onderwijs
Files
Marotte_55521900_2021.pdf
UCLouvain restricted access - Adobe PDF
- 2.9 MB
Marotte_55521900_2021_Annexe1.pdf
UCLouvain restricted access - Adobe PDF
- 208.62 KB
Marotte_55521900_2021_Annexe2.pdf
UCLouvain restricted access - Adobe PDF
- 271.49 KB
Details
- Supervisors
- Faculty
- Degree label
- Abstract
- Het Nederlands en het Franstalig onderwijs. Een relatie die men op zijn minst als moeilijk kan bestempelen. De politieke wereld vat de tendensen goed samen: Nederlandstalige politici beheersen voor een groot deel goed het Frans, terwijl het niveau van hun Franstalige collega’s te wensen overlaat. Hetzelfde geldt ook onder de burgers. Los van het taalniveau dat de Belgen behalen, lijkt hun attitude jegens de taal en de gemeenschap van de ‘Andere’ best negatief. Nederlandstaligen schijnen gefrustreerd te zijn dat zij de Franse taal beheersen terwijl Franstaligen geen moeite lijken te doen om het Nederlands onder de knie te krijgen, en Franstaligen blijken van mening te zijn dat het nuttiger is om het Engels te leren dan het Nederlands. De spanningen aanwezig in ons Vlakke Land sinds zijn ontstaan lijken dus maar niet af te zwakken. Om de Andere te begrijpen, moet men immers dezelfde taal spreken. Jongeren van beide kanten van België komen voor de meerderheid in aanraking met de taal van de andere gemeenschap via het onderwijs. Dit is de reden waarom het analyseren van de lessen Nederlands een interessante taak leek te zijn en de reden waarom de docenten Nederlands uit het Brussels Franstalig onderwijs een vragenlijst werden voorgelegd. Op die manier werd hun visie van de taal, van de lessen Nederlands, van de leerlingen, van het onderwijs en van de moeilijkheden die ze ondervinden gepeild om een beeld te schetsen van de situatie.Le néerlandais et l’enseignement francophone. Une relation qu’on qualifierait de plutôt compliquée. Rien que nos politiques résument bien l’affaire : les hommes et femmes politiques flamands maîtrisent en grande partie bien le français, alors que le niveau en néerlandais de leurs confrères francophones laisse à désirer. Le même phénomène semble se produire auprès des citoyens. Outre le niveau de langue qu’acquièrent les Belges, leur attitude envers la langue et la communauté de ‘l’Autre’ semble plutôt négative. Les néerlandophones semblent frustrés de maîtriser la langue française, mais de ne pas voir d’efforts faits de la part des francophones pour apprendre le néerlandais, alors que les francophones ont l’air de trouver qu’apprendre l’anglais est plus utile que le néerlandais. Les tensions présentes dans notre Plat Pays depuis la nuit des temps ne semblent pas s’atténuer. Pour comprendre l’Autre, il faut après tout parler la même langue. Les jeunes de part et d’autre du pays entrent pour la plupart en contact avec la langue de l’autre communauté à travers l’enseignement. C’est pourquoi il semblait intéressant d’analyser de plus près les cours de néerlandais en soumettant un questionnaire à des professeurs de néerlandais de l’enseignement francophone bruxellois. Ainsi, leur vision de la langue, des cours de néerlandais, des élèves, de l’enseignement et des difficultés rencontrées a été sondée afin de dresser un état des lieux de la situation.